het medaillon – Case
het was uit de tijd dat ik een zwart colbert droeg
mijn snelle verbranding vervloekte en me afvroeg
of dit het was wat ik met mezelf bedoelde: achteraf
op een bankje waar niemand me zag en ik een uitzicht
als een alleenrecht had op de mallemolen de doodsmak
en het reuzenrad en tot een god met lange tenen bad
hoe is het water? koud en nat je kleren gaan er strak
van zitten het perst de wanen uit je lijf je hart slaat slechts
xe9xe9n keer per dag en nee je kan er niet op schaatsen
wie wierp mijn medaillon die diepte in? het niets
een dief het lot de spin de zot die niet wist wat
het was en het vergat als evengoed welk ander ding
